Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen. Deel 3: de dilemma’s

Het Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) adviseert het gemeentebestuur van Nuenen over meer dan plannen van initiatiefnemers. Het derde van de vier berichten gaat over dilemma’s in de discussie over ruimtelijke opgaven. Bijvoorbeeld, over woningbouwlocaties. Moeten die buiten de bebouwde kom worden gezocht, kan er in de hoogte worden gebouwd of is verdichting de oplossing? En hoe kan een gemeente bij zulke discussies omgaan met participatie?

3: De dilemma’s
In het Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) van Nuenen vindt discussie plaats over de vraag voor welke doelgroepen er gebouwd moet worden, en hoe nieuwe woningen kunnen worden ingepast door verdichting.  Het Wethouder Caroline van Brakel zegt dat de gemeenteraad het heel moeilijk om over hoogbouw een besluit te nemen. De raad wil de identiteit van Nuenen, met haar dorpse kwaliteiten en tussen Eindhoven en Helmond, behouden en koesteren. ‘Het blijft zoeken naar de juiste balans. Verdichten lijkt stedelijk, maar het kan ook heel erg dorps zijn en tegemoet komen aan de sociale aspecten die we binnen Nuenen te koesteren hebben.’ Van Brakel vindt dat het TRK een heel goed advies heeft gegeven over dorps hoger bouwen: genuanceerd waar het wel of niet kan, ook wat betreft de vormgeving.

Naast de discussie over verdichting speelt in Nuenen een andere kwestie: de invulling van de huidige Ruimte voor Ruimteregeling. Deze provinciale regeling maakt het mogelijk om nieuwe woningen te ontwikkelen in ruil voor sloop van (agrarische) bebouwing. Op zichzelf een goed streven, vindt dorpsbouwmeester Harrie van Helmond, maar de uitwerking heeft ook nadelen. ‘De vraag vanuit de markt is soms moeilijk ruimtelijk in te passen. Er komen voornamelijk grote, dure woningen voor de boerenbedrijven in de plaats.’ De TRK wil met de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte van de Provincie Noord-Brabant in gesprek over de mogelijkheid om grote kavels op te delen in clusters, zodat ook mensen met een kleiner budget kansen krijgen. Van Brakel onderschrijft dit voorstel. ‘Grote woningen hebben we hier volop. Gelukkig is Noord-Brabant geen armlastige provincie en met clustering kan de vraag om kleinere woningen opgelost worden zonder het landschap geweld aan te doen. Dit zijn nieuwe uitdagingen voor de toekomst.’

Als het gaat om het bepalen van wat ruimtelijke kwaliteit kan zijn en het betrekken van belanghebbenden daarbij, vindt TRK-lid Sander Klein Obbink participatie ontzettend belangrijk is. ‘Het is de kunst om heel goed uit te leggen waarom je bepaalde keuzes maakt. Als je dat goed kan overdragen, heb je voor een heel groot deel je participatie te pakken.’ Wel vindt hij dat een ontwerp gemaakt moet worden door iemand die daar verstand van heeft.’ Collega teamlid Martien van Osch voegt hier aan toe dat veel mensen denken dat hun inbreng bij participatie sowieso gehonoreerd wordt. ‘Ik zeg weleens: we hebben jullie ideeën nodig, maar wij kijken wat we kunnen gebruiken. Wij zijn de kok. Als we alle ingrediënten in de pan gooien, krijgen we soep die niemand lust. Daarom kijken we hoe we de door u aangedragen ideeën kunnen gebruiken en ze kunnen versterken. Dus voedt ons met zaken die jullie heel belangrijk vinden. Dan gaan wij daarmee koken.’
Ook wethouder Van Brakel denkt dat bewoners nog moeten wennen aan hun participatierol. ‘De raad van Nuenen vindt participatie vaak lastig, en voor een bestuurder is het ingewikkeld om het collectieve belang te moeten afwegen tegen het individuele belang. In de praktijk kan de raad zwichten voor het individuele belang en daarmee het professionele advies aan de kant schuiven. Ik denk dat dit op de lange termijn niet goed is. Effectief participeren moeten we allemaal nog leren.’

De bekendheid en de zichtbaarheid van het TRK neemt weliswaar toe, maar speelt zich grotendeels onder en tussen professionals af. Van Brakel vindt het belangrijk dat het verhaal van het TRK nadrukkelijker voor het voetlicht gebracht wordt, zodat het serieuzer wordt genomen. ‘Bewoners zien helemaal niet welke eerste ideeën bij het TRK terecht komen. Ook de raad weet dat niet altijd. Ik denk dat het bestuur en de gemeente heel duidelijk moet aangeven waarbij je wel en niet participeert.’ Van Helmond heeft de activiteiten van de dorpsbouwmeester eens toegelicht bij de plaatselijke Lionsclub. ‘De leden waren daarvan niet op de hoogte, maar ze vonden het interessant te horen hoe er geadviseerd wordt over ruimtelijke plannen. We moeten iets bedenken om de raad structureel mee te nemen bij de inhoudelijke advisering in het ruimtelijk domein’. Wethouder Van Brakel kan zich daarbij voorstellen dat raadsleden en professionals elkaar beter leren kennen tijdens workshopsessies over bijvoorbeeld intensief bouwen of duurzaamheid. Nu maakt onbekend te vaak onbemind.

Lees hier
Deel 1, De oorsprong
Deel 2, De werkwijze
Deel 4, De meerwaarde

30 maart 2021


Werkatelier met raadsleden, architecten en TRK over het thema ‘Hoger Bouwen’

In de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet vroeg Architectuur Lokaal in de jaren 2013-2018 tal van betrokkenen naar hun opvattingen over omgevingsvisies, omgevingskwaliteit en participatie.