Omgevingsvisie gemeente Nunspeet

Op 20 november 2018 heeft de gemeente Nunspeet de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De Gelderse gemeente bestaat uit vier kernen: Nunspeet, Elspeet, Hulshorst en Vierhouten en telt in totaal 27.854 inwoners (1 januari 2020). Zowel de landschappen als de opgaven van de gemeente Nunspeet zijn vergelijkbaar met die van de buurgemeenten Elburg en Oldebroek. Er zijn ook historisch gegroeide relaties zoals woon-werkverkeer en het gebruik van onderwijs- en andere voorzieningen. Daarom is in de startfase van het opstellen van de omgevingsvisie samengewerkt. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke Gebiedsagenda Nunspeet, Elburg en Oldebroek kortweg: NEO.


De omgevingsvisie
De NEO-gemeenten werkten naar eigen zeggen voor een belangrijk deel al volgens het gedachtegoed van de Omgevingswet. Samen met partijen uit het maatschappelijk middenveld wordt gewerkt aan de maatschappelijke opgaven. Daarbij wordt een omslag beoogd van aanbodgericht (‘beschermend’) naar vraaggericht (‘ontwikkelend’). Initiatieven uit de samenleving staan centraal, wat volgens de gemeenten blijkt uit de dorps- en wijkplannen en, in Nunspeet, uit de betrokkenheid van de samenleving in de denktank voor het Wensbeeld 2030.

De Omgevingsvisie Nunspeet stelt dat ‘voor het werken in de geest van de Omgevingswet twee elementen cruciaal zijn: integraliteit (fysieke, functionele en sociale aspecten in balans meenemen) én een centrale koers, die positioneert en helpt bij keuzes maken’. Die centrale koers helpt om de identiteit en de kracht van de drie gemeenten uit te stralen. Daarmee hopen de NEO-gemeenten dat investeringen op gang komen die kunnen bijdragen aan de vitaliteit, leefbaarheid en kwaliteit van de NEO-gemeenten. Binnen de gemeenten is een omslag gemaakt van beleid dat sterk op bescherming gericht was naar een beleid dat ‘behoud door ontwikkeling’ als mantra heeft.

Omgevingskwaliteit
Eén van de thema’s uit de omgevingsvisie heeft als titel: ‘Aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit’. Prioriteiten en uitwerkingsopgaven voor het thema ‘omgevingskwaliteit en identiteit’ zijn onder meer ‘het in beeld brengen van de parels, kernkwaliteiten en identiteitsdragers’. Ook het behouden van groenblauwe structuren in de kernen en het alleen benutten van herontwikkelingslocaties worden genoemd, evenals het bewaken van de balans tussen de verschillende functies in het buitengebied: natuur, drinkwater, recreatie en de agrarische sector.

De omgevingsvisie van Nunspeet heeft een belangrijke rol in het op gang brengen van investeringen die bijdragen aan het bereiken van beoogde ambities. Ook dienen investeringen te leiden tot kwaliteitsversterking. Praktisch is dit streven vertaald in gebiedsgerichte uitwerkingen, die ‘IDeekaarten worden genoemd. Hierin wordt voor deelgebieden de ambitie, doel en streven beschreven, evenals de afweegbare ontwikkelingsmogelijkheden op hoofdlijnen, naast uitgangspunten die van belang zijn voor het behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en identiteit van het gebied, de zogenoemde identiteitsdragers.

De visie gaat in op hoe ‘omgevingsaspecten’ integraal verweven worden. Hiertoe is het noodzakelijk om samen met uitvoeringsdiensten een toegesneden, integrale aanpak te ontwikkelen. In het onderscheid naar categorieën ‘omgevingsaspecten’ worden als ‘traditionele omgevingskwaliteiten’ omschreven: cultuurhistorie, natuur- en wateraspecten en verweving met energie, klimaat en circulaire economie.

De Gelderse GGD’s en de provincie Gelderland hebben de Gelderse Gezondheidswijzer als instrument ontwikkeld, waarmee per gebied/woonwijk kan worden bepaald welke aspecten die de gezondheid beïnvloeden, aandacht behoeven – of op welke aspecten moet worden ingezet op het moment dat de mogelijkheid daartoe zich voordoet. De NEO-gemeenten hebben dit instrument als basis gebruikt om een kwaliteitswijzer voor de gehele grondgebieden van de gemeentes Nunspeet, Elburg en Oldebroek te ontwikkelen, waarbij de streefkwaliteiten in de verschillende gebiedstypen is weergegeven. Deze kwaliteiten hebben invloed op de gezondheid in woonomgevingen, maar dragen daarnaast ook bij aan de kwaliteit van gebieden die niet als hoofdfunctie wonen hebben. Het instrument dient niet als toetsingskader, maar kan het beter nadenken over optimalisatie van de gezondheidssituatie en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving stimuleren. De ambities per gebiedstype (gebiedsstreefbeelden) geven weer waar de gemeente per gebied voor staat. deze kunnen later bij programma’s en/of omgevingsplannen gebruikt worden om de feitelijk aanwezige situatie te vergelijken met de gebiedsstreefbeelden. Daar waar er afwijkingen zijn tussen de feitelijke situatie en het streefbeeld, kan beoordeeld en afgewogen worden hoe en welke acties er nodig zijn om een gebied aan het streefbeeld te laten voldoen.

Participatie
De Omgevingsvisie onderscheidt vijf integrale thema’s, die zowel ruimtelijke-, sociale-, gezondheids-, economische- als milieuaspecten bevatten. Uitwerking van deze thema’s zijn gebaseerd op gesprekken, bijeenkomsten en analyses van data en beleid (bestaand en in ontwikkeling). Voor uitleg wordt verwezen naar een specifieke bijlage bij de visie. Hierin is een overzicht gegeven van de achtergronden van de totstandkoming van de Omgevingsvisie. Er worden verslagen van  bewonersavonden april en juni 2017 en een verslag van een werksessie met het maatschappelijk middenveld genoemd, maar niet nader omschreven.

In de uitvoeringsparagraaf wordt ingegaan op hoe initiatieven uit de samenleving participatieverplichtingen hebben en daar actief aan moeten bijdragen. Om te kunnen beoordelen of er in voldoende mate rekening is gehouden met de omgeving, verlangt de gemeente van de initiatiefnemer(s) een participatieverslag. Daarin moet worden toegelicht in hoeverre er draagvlak is voor het initiatief en hoe dit draagvlak is verworven. Ook moet worden aangegeven welke maatregelen eventueel zijn genomen om het initiatief, en daarmee het draagvlak, te verbeteren/te behouden. Dit verslag wordt gebruikt bij de besluitvorming over het initiatief door het college.

Reactie uit de gemeente
Architectuur Lokaal sprak begin 2020 met Arjan Dickhof, gemeente Nunspeet, en met Theo Hilhorst, dorpsbouwmeester en stedenbouwkundig adviseur, over de aanpak en kwaliteitsbewaking.

Dickhof heeft ervaren dat het vrij lastig is om met drie gemeenten gezamenlijk een extern adviesbureau aan te sturen. ‘In Nunspeet willen we goede initiatieven niet doodslaan met regelgeving en ruimte bieden voor ontwikkeling. Door middel van omgevingstafels betrekken we initiatiefnemers zo vroeg mogelijk in de planvorming. Daarmee bouwen we in feite een structuur om een initiatief heen. Bij de eerste bijeenkomst bij een omgevingstafel komen meteen alle deelbelangen naar voren, en niet pas op het eind als een initiatief al volledig is uitgewerkt. Dat spaart tijd en geld.’

Theo Hilhorst is inmiddels vier jaar actief in Nunspeet als dorpsbouwmeester. Hij vindt dat de Nunspeetse manier van werken tot directe betrokkenheid leidt, waardoor niet achteraf hoeft te worden bijgestuurd. ‘Als dorpsbouwmeester kan ik bij nieuwe initiatieven aangeven waarop gelet moet worden en tegelijkertijd de vinger aan de pols houden. Er vindt eerder een gesprek dan een discussie plaats, waardoor je samen in de goede richting stuurt. Volgens Hulshof wordt dat niet anders door de Omgevingswet. ‘De vraagbaakfunctie blijft, evenals de aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en de onafhankelijke kijk op het proces vanuit de dorpsbouwmeester’.
De verschuiving van behoudende gemeente naar ontwikkelende gemeente betekent een langzame cultuuromslag. Integraliteit is bij alle initiatieven het doel maar: ‘Integraal komt niet naar je toe, het is een werkwoord. Dat vereist investeren in mensen en in kennis. Het is noodzakelijk om de mensen en de kennis bij elkaar te zetten en van elkaar te leren.’ Het deel Nunspeet in de gemeenschappelijke omgevingsvisie is sterk ingestoken vanuit cultuurhistorie. Met haar diversiteit in landschappen wordt Nunspeet ook wel ‘Veluwe in het klein’ genoemd. Hilhorst: ‘Laten we de cultuurhistorische elementen vastzetten, was de gedachte. Daarbij hebben we dankbaar gebruik gemaakt van de kennis van de mensen in Nunspeet. Die doet er toe. Tegelijkertijd laten we nu meer los als het de goede richting op gaat en vertrouwen we in de goede afloop.’

Een voorbeeld van de actieve Nunspeetse werkwijze is de manier waarop eenmaal per jaar alle woningbouwinitiatieven naast elkaar gelegd worden. Initiatiefnemers worden uitgenodigd om hun idee aan de gemeente te presenteren Zo krijgt de gemeente goed in beeld van welke woningbouwinitiatieven er zijn, welke partijen wat willen en welke initiatieven waardevol zijn. Op die manier zijn het afgelopen jaar vijftien initiatieven langs geweest, waarvan de ambtenaren hebben voorgesteld zeven initiatieven aan het college voor te leggen. Deze ‘greep uit de markt’, zoals Dickhof het noemt, biedt initiatiefnemers zekerheid. ‘Wij toetsen de initiatieven aan wat wij als gemeente belangrijke waarden vinden, zoals voldoende sociale woningbouw’. Met deze werkwijze wil Nunspeet de willekeur eruit halen. Deze jaarlijkse schouw biedt helderheid en zekerheid aan initiatieven.
Dat een participatieavond over de omgevingsvisie geen volle zalen trekt is in Nunspeet ook duidelijk geworden: ‘”Zo’n avond is niet uitverkocht’, aldus Dickhof. Maar de gemeente heeft er wel iets op bedacht om mensen gericht uit te nodigen naar een participatieavond te komen: een at random keuze onder de inwoners bepaalde wie er specifiek werd uitgenodigd. ‘Zo kwamen de non-usual suspects in plaats van de bekende gezichten. En mensen vonden het prettig om specifiek te worden uitgenodigd.’

Laatst bijgewerkt: 19 mei 2020