Omgevingsvisie gemeente Groningen

Op 26 september 2018 stelde de gemeente Groningen de ‘Omgevingsvisie: The Next City, Groningse leefkwaliteit voorop’ vast. De gemeente Groningen bestaat uit 21 kernen waarvan naast de stad Groningen, de belangrijkste kernen zijn: Haren, Ten Boer en Glimmen. De gemeente maakt deel uit van het samenwerkingsverband Regio Groningen-Assen, die bestaat uit 12 gemeenten in de provincies Groningen en Drenthe. De gemeente Groningen telt in totaal 232.922 inwoners (1 januari 2020).


De omgevingsvisie
De omgevingsvisie van Groningen, Omgevingsvisie: The Next City, Groningse leefkwaliteit voorop, start met het overzicht van een Top 12 keuzes voor de stad. Ingegeven door de snelle groei van de stad (mogelijke groei met een kwart, naar 250.000 inwoners over ca. 15 jaar) ligt er een grote ontwikkelopgave. Twee derde van de groei dient plaats te vinden in bestaand stedelijk gebied.
Van de Top 12 is de laatste keuze opvallend: de gemeente blijft inzetten op een snellere verbinding Randstad-Groningen-Hamburg. De stad wordt, naast Europese steden als Kopenhagen, Hamburg, Oslo en Zürich, vaak genoemd in ranglijsten als een stad met een hoge woon- en leefkwaliteit. Het verhogen van de Groningse leefkwaliteit is het centrale thema van de visie.

Omgevingskwaliteit
Groningen gaat grondig op de schop, aldus de visie, onder meer door 20.000 woningen te bouwen, de binnenstad te vertimmeren, het stationsgebied en de ringweg aan te pakken en de energietransitie te versnellen. Om dit alles in goede banen te leiden is verhoging van de Groningse leefkwaliteit het centrale thema van de omgevingsvisie. Een definitie van leefkwaliteit is afgeleid van de definitie zoals KEI kenniscentrum stedelijke vernieuwing deze hanteerde: ‘Leefkwaliteit is een combinatie van objectieve meting van, en beleving van bewoners en gebruikers over de woon- en leefomgeving. Het gaat daarbij om fysieke, sociale, culturele, economische en milieukenmerken van die omgeving’. Hiermee kijkt Groningen breder dan naar ruimtelijke- of omgevingskwaliteit. In de visie is de definitie van leefkwaliteit gekoppeld aan het specifiek Groningse. Zo is kenmerkend voor Groningen dat 60 procent van alle vervoersbewegingen in de stad per fiets plaatsvindt. Een andere Groningse kwaliteit is de openbare ruimte, die letterlijk openbaar is; privégebruik van die ruimte is niet op voorhand vanzelfsprekend en is in beginsel niet gratis.

Groningen wil naar gebiedsgerichte omgevingswaarden, in samenhang met de gewenste ontwikkeling van de gemeente en met doorwerking in het gewenste niveau van gemeenteljike sturing. De omgevingswaarden worden de komende jaren verder uitgewerkt en verfijnd.

In algemene zin wordt in de visie gesteld dat Groningen een stad wil zijn waar met voldoende aandacht voor architectuur en ruimtelijke kwaliteit aan stedelijke ontwikkelingen wordt gewerkt. Juist in een stad die steeds verder groeit en verdicht wordt de integrale ontwerpopgave van architectuur, stedenbouw en landschapsontwerp tot infrastructuur en openbare ruimte. Ontwerp wordt gezien als duurzame investering: alles wat met aandacht is vormgegeven bewijst lang zijn waarde.

Participatie
De visie is in meerdere stappen via maatschappelijk overleg tot stand gekomen en in dialoog met verschillende partijen. In 2016 is begonnen met een startdocument in 2016 waarin de vraag centraal stond welke toekomstige opgaven prioriteit hadden. Via bijeenkomsten, acties, lezingen, enquêtes, gesprekken, onderzoeken en contacten via social media werden mensen op de hoogte gehouden en kon men meepraten. Er werden vijf opgaven herkend en ondersteund: (1) faciliteren groei van de stad, (2) de werkgelegenheid groeit mee in stad en regio, (3) de groeiende stad blijft leefbaar en aantrekkelijk voor alle inwoners, (4) de energietransitie wordt versneld en (5) iedereen doet mee en helpt mee in een groeiende stad.

Naast de opgaven bevat de visie een ‘Kader Burgerparticipatie’. Daarin wordt uitgebreid ingegaan over hoe de gemeente haar rol ziet. De (Groningse) definitie van participatie geldt als uitgangspunt gehanteerd bij het omgaan met initiatieven: ‘We spreken over participatie, indien de (besluitvorming over) de vormgeving van de publieke ruimte niet uitsluitend in handen is van de vertegenwoordigende organen, maar burgers en andere maatschappelijke actoren daarbij zijn betrokken’.
De gemeente onderscheidt vier vormen van participatief werken, die variëren van participatief denken via besluiten en doen tot participatief leren. Bij dit laatste wijst zij nadrukkelijk naar zichzelf. De gemeente heeft dit kader opgesteld om houvast te bieden bij het samenwerken van de Groningse gemeenschap en de Groningse lokale overheid aan oplossingen voor grote en kleine maatschappelijke vraagstukken.

In de visie wordt gesteld dat participatief werken tot waarde leidt omdat dit resulteert in effectievere, efficiëntere én meer gedragen oplossingen voor concrete vragen. Er is een ‘Groningse denkwijze’ opgenomen over de rol die de overheid hoort te spelen bij participatie. Een schema verheldert de manier waarop participatie idealiter kan verlopen.

De visie bevat ook uitgangspunten voor ‘goede participatie’. Zo vindt de gemeente dat, wanneer zij ergens niets mee te maken heeft, zij zich daar ook niet mee moet bemoeien. Dit is een pleidooi om gemeentelijke bemoeienis zorgvuldig en met veel respect voor de kracht van de samenleving in te zetten. De basisvraag is dan: waarom kan de samenleving dit niet zelf? Wat gaat er mis als de gemeente zich er niet mee bemoeit? Misgaan betekent niet hetzelfde als: de uitkomst is er waarschijnlijk één die niet helemaal in het straatje van de gemeente past.

Laatst bijgewerkt: 26 mei 2020