Uden

De gemeente Uden stelde in december 2015 een visie vast met de benaming ‘omgevingsvisie’ en behoort daarmee tot de eerste gemeenten in Nederland die een omgevingsvisie hebben opgesteld. De gemeente ligt in Noord-Brabant en bestaat naast de stad Uden uit de dorpen Odiliapeel en Volkel. In Volkel ligt een militaire vliegbasis. De gemeente telt 42.119 inwoners (1 januari 2020).
In februari 2019 is besloten tot een fusie van de gemeenten Uden en Landerd per 1 januari 2022. De naam van de nieuwe gemeente wordt gemeente Maashorst. Wat dit voor de huidige omgevingsvisie van Uden zal betekenen is nog niet bekend.

De omgevingsvisie
De omgevingsvisie is getiteld Omgevingsvisie Uden 2015. De visie werd opgesteld in samenwerking met Rho Adviseurs.
De visie opent met een in memoriam voor Anthony Wijnen, de stedenbouwkundige van de gemeente die op 6 juli 2015 plotseling overleed.

Omgevingskwaliteit
In de visie worden de Udenaar zelf als belangrijkste kwaliteiten van Uden gezien: gesproken wordt van een open mentaliteit, gemoedelijkheid en gastvrijheid. De Udenaar is tolerant, innovatief en creatief, toont daadkracht, is multicultureel ingesteld en eigenzinnig. Dit eigene moet behouden blijven en gekoesterd worden, is de idee.
De kernkwaliteiten zijn in vier G’s benoemd: Groen, Gezond, Gezellig, Gastvrij. Een raadsconferentie in 2014 resulteerde in de toevoeging van een vijfde G, die van Gezamenlijkheid. De kernkwaliteiten zijn gekoppeld aan deelgebieden. Per deelgebied worden de gebiedsbeschrijving van kwaliteiten en knelpunten beschreven, wat men er wil bereiken en hoe deze doelen bereikt kunnen worden.

Gesproken wordt van een ‘nieuwe economische werkelijkheid’, waarbij na grote groei de focus komt te liggen op het beter benutten van wat er nu is door middel van herontwikkeling en kwaliteitsverbetering. Onder ‘ruimtelijke kwaliteit’ worden behoud en ontwikkeling van het landschap genoemd. Daarbij moet worden voorkomen dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen ten koste gaan van de kwaliteit van het landschap. Tegelijk wordt onderkend dat economische activiteit noodzakelijk is voor de instandhouding van het landschap. Hiertoe worden economische activiteiten in het buitengebied bij bouw- en gebruiksaanvragen gekoppeld aan zorg om kwaliteit van het landschap, volgens het ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ principe uit de provinciale ruimtelijke verordening.

In de kernen van Uden bepalen initiatiefnemers samen met de gemeente en de omgeving wat de gewenste ruimtelijke kwaliteit is. Uden vindt dat alle ruimtelijke ontwikkelingen duurzaam moeten zijn met als uitgangspunt de ladder voor duurzame verstedelijking. De gemeente verwacht van initiatiefnemers dat zij (mee-)investeren in verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De visie bevat ‘spelregels voor initiatieven’, waarin aan de hand van onder meer een stroomschema wordt uitgelegd welke stappen een initiatiefnemer dient te nemen.

Participatie
Op 4 oktober 2014 vond de eerste G1000-burgertop van Noord-Brabant plaats, waarbij inwoners van Uden, Volkel en Odiliapeel elkaars ideeën bespraken. Dit resulteerde in een top 10 van ideeën waarmee de inwoners samen aan een betere leefomgeving kunnen bouwen. Uden greep de uitkomsten van deze G1000 aan om over een aantal gebieden verder het gesprek aan te gaan. Op 1 april 2015 vond een workshop met de bevolking, shareholders en gebiedsplatformen plaats, waarbij kwaliteiten, knelpunten en ideeën voor de verschillende deelgebieden werden benoemd. De workshop is aangevuld met kennis uit de ambtelijke organisatie.

Reactie uit de gemeente
In maart 2016 sprak Architectuur Lokaal met wethouder René Peerenboom van de gemeente Uden. ‘De omgevingsvisie is het directe resultaat van een intensief participatieproces. De Udense omgevingsvisie is volledig in samenspraak met burgers tot stand gekomen. Zo organiseerden we in 2008 al een visietraject onder de titel Udenaar de Toekomst. Daarbij zijn we nadrukkelijk samen met burgers aan tafel gaan zitten om na te denken over onze toekomst. De mensen die daaraan hebben deelgenomen hadden zich uit eigen beweging aangemeld. We hebben er wel op toegezien dat de groep een goede afspiegeling was van onze inwoners qua leeftijd, geslacht en achtergrond. Het resultaat van ‘Udenaar de Toekomst’ was dus werkelijk een toekomstvisie voor, door en van burgers.’

In 2014 volgde de Udense burgertop G1000, een burgerinitiatief in navolging van initiatieven in België en in Amersfoort, waarbij honderden inwoners bijeenkwamen om ideeën uit te wisselen over de toekomst van onze gemeente. In 2015 hebben we, opnieuw samen met burgers en rekening houdend met de uitkomsten van de G1000, in een aantal opeenvolgende sessies focus aangebracht in de visie ‘Udenaar de Toekomst’. Dit resulteerde in een kort en krachtig toetsingskader, dat we hebben voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit was meteen een eerste proeve in de nieuwe rol van de raad. Die moet immers ruimte geven aan initiatieven en zal daardoor in de toekomst veel meer een toetsende rol vervullen dan een sturende en bepalende. Ook hebben we het toetsingskader onderworpen aan een paar casussen, als een soort ‘botsproeven’. Een mooie oefening in ‘de kunst van het loslaten’ die vertrouwen gaf aan zowel raadsleden als collegeleden.’ 

Peerenboom vindt niet dat de omgevingsvisie nog veel lijkt op de structuurvisie. ‘Het is zowel qua principe (namelijk: gebaseerd op uitnodigingsplanologie), strekking (namelijk: integraal in plaats van alleen ruimtelijk), diepgang (namelijk: op hoofdlijnen in plaats van in detail) en bovenal qua participatie (namelijk: door de burgers zelf in plaats van uit de ivoren toren) substantieel anders.’ Wel vindt hij dat de Udense omgevingsvisie nog niet compleet is, als gevolg van verplichte items in de Omgevingswet. ‘Dat proces is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Maar we wilden ook niet wachten. We wilden nu alvast doen wat we kunnen en de energie benutten die nu in onze gemeenschap aanwezig is. Meer inhoudelijke thema’s moeten inderdaad nog een plek krijgen in de Udense omgevingsvisie. Denk aan cultuur, voorzieningen, gezondheid en duurzaamheid.
Maar voor nu hebben we een goede start gemaakt met dit nieuwe instrument. We zien het gezamenlijk vormgeven aan zo’n visie als deel van het proces waarin je steeds meer samen optrekt, richting geeft en invult. Een vorm van samen groeien, stapje voor stapje. Als toetsingskader is ook deze eerste versie van onze omgevingsvisie al een mooi uitgangspunt voor onze ambities op het gebied van uitnodigingsplanologie. We willen aan de voorkant niet meer regelen dan strikt noodzakelijk is. Initiatieven die passen binnen de visie worden uitgevoerd.’
Wat nu volgt, is de borging: the proof of the pudding. ‘Dat wordt nog best spannend’, aldus Peerenboom. ‘De omgevingsvisie vergt in haar toepassing een cultuuromslag en een herdefiniëring van processen. En de inhoud moet natuurlijk nog worden vertaald naar programma’s en omgevingsplannen. Wij geloven dat deze transitie als gevolg van de nieuwe Omgevingswet uiteindelijk een enorme aanjager is van noodzakelijke systeemaanpassingen om te komen tot gewenste maatschappelijke effecten’.

Laatst bijgewerkt:

Deze omgevingsvisie is vastgesteld vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022. Totdat de nieuwe wet in werking treedt vallen omgevingsvisies onder de huidige Wro.