De Peel: Intensieve veehouderij in het landschap

18 november 2013 | onderzoek

Het Voorbeeldenteam van Atelier ZZ onderzocht hoe ontwerpend vermogen wordt ingezet ten behoeve van de ruimtelijke innovatie en de ruimtelijke kwaliteit van Nederland. En welke rol speelt de regelgeving hierbij?
De voorbeelden moeten zichtbaar maken hoe regelgeving, maar ook andere zaken zoals economie, financiering, draagvlak, politiek, opdrachtgeverschap, proces etc. het ontwerpresultaat beïnvloeden. In de voorbeelden komen vraagstukken aan de orde als het spanningsveld tussen vrijheid en reguleren; de betekenis van demografische ontwikkelingen, krimp; hergebruik, levensloop van de ruimte, tijdelijkheid; duurzaamheid en gezondheid. Er werden vijf voorbeelden onderzocht.
Voor de opgave Intensieve veehouderij in het landschap onderzocht het team het praktijkvoorbeeld De Peel.

De maatschappelijke opgave
In het landschap spelen veel maatschappelijke opgaven, op alle ruimtelijke schaalniveaus. Het gaat vrijwel altijd om inpassing van nieuwe of veranderende functies in het bestaande landschap. We hebben te maken met schaalvergroting in de landbouw, met nieuwe functies als wonen en bedrijvigheid. Met windturbines en andere energieproductie. Met ecologie, water, natuur, milieuvraagstukken. Infrastructuur. Cultuurhistorie. Recreatie. Mensen hechten verschillende waarden aan het landschap: woeste natuur, romantisch recreatiegebied, agrarisch productiegebied, energielandschap, nieuw woonmilieu.
Het voorbeeld voor deze opgave behandelt de ruimtelijke inpassing van de intensieve veehouderij in het landschap. Intensieve veehouderij is de niet-grondgebonden veehouderij: niet gebonden aan land en zonder of nagenoeg zonder weidegang.
De maatschappelijke acceptatie van deze sector staat sterk onder druk. Dierenwelzijn, milieubelasting, volksgezondheid en de inpassing in het landschap roepen vragen op. De Reconstructiewet (2002) werd ingevoerd om problemen in gebieden met intensieve veehouderij integraal en planmatig aan te pakken. Eén van de onderdelen was een integrale zonering van het buitengebied in extensiveringsgebied, verwevingsgebied en landbouwontwikkelingsgebied (LOG).
Pas sinds kort spelen gezondheidseffecten voor de mens een rol. De Gezondheidsraad is bezig met onderzoek. Als er causaal verband zou worden aangetoond tussen veehouderij en gezondheid heeft dat enorme consequenties voor de ruimtelijke ontwikkeling.
Op nationaal niveau wordt ingezet op ‘groene groei’ (kabinetsstandpunt juni 2013). Ongebreidelde groei wordt niet wenselijk geacht. De Wro en de Wet geurhinder bieden provincies en gemeenten mogelijkheden de negatieve effecten van veehouderijen op de leefomgeving te beperken. De Wet dieren zal worden gewijzigd zodat de volksgezondheid beter gewaarborgd kan worden, bijvoorbeeld door maximeren van de totale omvang van de veehouderij in een bepaald gebied, maximeren van de intensiteit van de veehouderij (maximaal aantal dieren per hectare) in een gebied, of begrenzen van de grootte van een veehouderijlocatie (maximaal aantal dieren in een stal). In 2014 treden er emissienormen voor fijnstof uit stallen in werking. Gezondheidsnormen zullen toepasbaar gemaakt worden voor de vergunningverlening. Er komt aanvullend onderzoek en een pilot voor een kennisplatform dat provincies en gemeenten ondersteunt op het terrein van veehouderij en volksgezondheid.

De ontwerpopgave
De beslissingen over de ruimtelijke spreiding van de intensieve veehouderij liggen volledig bij de provincies en de gemeenten. Op de schaal van het landschap moet het ruimtelijk probleem zichtbaar gemaakt worden. Daarna kunnen scenario’s worden ontworpen die het mogelijk maken een ruimtelijke koers uit te zetten. Niet als blauwdruk maar als raamwerk voor ontwikkelingen.
De structuur van het landschap moet geschikt zijn of geschikt worden gemaakt voor de gewenste ontwikkelingen, en de spelregels voor die ontwikkelingen moeten worden ontworpen. Er is veel bottom-up kracht, innovatie en transformatie geeft nieuwe kansen en die energie kan worden gebruikt bij het zoeken naar verbeteringen van het ruimtelijke systeem op hoger schaalniveau.

De ruimtelijke scenario’s op de schaal van het landschap zijn:

  • Stoppen en transformeren naar een nieuwe functie:
    wonen, zorg, andere bedrijvigheid, recreatie. De nieuwe functies vragen om programmering en goede landschappelijke inpassing.
  • Verweven:
    inpassen en de negatieve effecten op de leefomgeving beperkt houden door stringente regelgeving. Dit leidt vaak tot dure hoogtechnologische oplossingen die de afstand tot de maatschappij vergroten. Inpassing in het landschap wordt vaak met een randje ‘schaamgroen’ opgelost. Dat schept volgens sommigen een bedreigende sfeer: als het niet gezien mag worden dan zal het wel niet deugen. De nieuwe generatie bedrijven wil juist transparant zijn en laten zien wat er gebeurt, ook in de gesloten stallen.
  • Concentreren:
    in een gebied dat is aangewezen voor intensieve veehouderij. Probleem is dat ook in zulke gebieden mensen wonen die hinder ondervinden. Verplaatsingen zijn niet gemakkelijk. Voor een echt IV-bedrijventerrein zou ‘lege’ruimte gezocht moeten worden.

Op de schaal van het erf is de ontwerpopgave binnen het landschappelijk scenario gericht op:

  • inpassing in het landschap
  • inrichting erf
  • situering + massa en volume gebouwen
  • materialisering en detaillering

Prefab stallen zijn meer regel dan uitzondering. Maar ook met prefab kan ontworpen worden.

In alle gevallen, op alle schaalniveaus, vraagt de ontwerpopgave rond de intensieve veehouderij bijzonder veel procesvaardigheden en debat.

Het praktijkvoorbeeld
Voor deze opgave onderzocht het Voorbeeldenteam van Atelier ZZ het praktijkvoorbeeld De Peel. Lees de volledige onderzoeksresultaten in de Rapportage Voorbeeldenteam 2013