Omgevingskwaliteit: breed, subjectief en dynamisch

20 juni 2016 | column | Rob van Vliet

Op MijnOmgevingsvisie.nl komt Architectuur Lokaal na beoordeling van de eerste vier in Nederland vastgestelde Omgevingsvisies tot de volgende conclusie:

“De omslag van het smalle begrip ruimtelijke kwaliteit naar het bredere (en meer maatschappelijk georiënteerde) begrip omgevingskwaliteit wordt niet gemaakt. Omgevingskwaliteit is één van de maatschappelijke doelstellingen van de Omgevingswet. Dat het begrip in de eerste vier omgevingsvisies niet voorkomt hoeft niet verwonderlijk te zijn, het begrip is nog jong. Maar het is jammer dat er geen aanzet is gedaan in de richting van dit nieuwe kwaliteitsbegrip.”

Het is inderdaad interessant om in het licht van de nieuwe Omgevingswet te komen tot een nadere uitwerking van ‘omgevingskwaliteit’. Wat verstaan we er onder en hoe verwerken we dat in plannen zoals een Omgevingsvisie. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie voor de gemeente Opsterland hebben we daar, samen met  belangenorganisaties en dorpsverenigingen intensief over nagedacht. Mijn conclusie:

  • Het begrip ‘omgevingskwaliteit’ is synoniem aan begrippen als ‘leefbaarheid’ en ‘leef-kwaliteit’;
  • bij ‘omgevingskwaliteit’ spelen naast de ruimtelijke kenmerken (groen, natuur, openbare ruimte), aspecten als veiligheid, sociale vitaliteit, bereikbaarheid en de kwaliteit van voorzieningen een belangrijke rol;
  • de subjectieve beoordeling van buurt-/dorpsbewoners moet centraal staan, het gaat niet om het oordeel, maar om het gesprek;
  • de beoordeling van ‘omgevingskwaliteit’ verandert voortdurend, onderken de dynamiek.

We hebben bewoners van Opsterland gevraagd een oordeel te geven over de verschillende aspecten van omgevingskwaliteit per dorp en dat hebben we als volgt in kaart gebracht:

schema opsterland

Daarmee ontstaat niet alleen een heel kleurrijk beeld, maar ook een zeer gedifferentieerd beeld, dat uitnodigt om in gesprek te gaan over wat goed gaat en wat minder goed gaat. Zo blijkt het definiëren van ‘omgevingskwaliteit’ geen statisch gegeven, maar heeft het een dynamisch dimensie. De beoordeling van de omgevingskwaliteit kan van jaar tot jaar veranderen. Juist die veranderingen in de kwaliteitsbeoordeling zijn relevant voor het gemeentelijk beleid en vormen een belangrijk thema in de gesprekken met bewoners. Het vereist wel dat er regelmatig (liefst jaarlijks) monitoring plaatsvindt. In Opsterland doen de bewonersorganisaties dat zelf aan de hand van een in onderling overleg opgestelde vragenlijst.

De ‘omgevingskwaliteit’ vormt zo het resultaat van een subjectieve beoordeling van buurt- en dorpsbewoners en is voortdurend aan verandering onderhevig. Mijn advies: gebruik ‘omgevingskwaliteit’ niet als een vaststaand te meten gegeven, maar onderken de dynamiek en gebruik het als middel om het gesprek aan te gaan met de samenleving in de breedst mogelijke zin.

Rob van Vliet
Procesmanager Omgevingsvisies en docent RUG/FRW
Weusthuis Associatie te Groningen