Een omgevingsvisie zonder cultuur?

19 april 2016 | column | Hans Venhuizen

Nog niet eens zo heel lang geleden waren cultuur en ruimtelijke ordening onlosmakelijk met elkaar verbonden. De cultuur was als vanzelfsprekend ‘embedded’ bij de wijze waarop een samenleving zich vestigde in het landschap. Deze werd immers direct bepaald door de invloed van de leidende gewoonten en tradities en het vernuft waarmee binnen de geografische situatie de aanwezige bouwmaterialen werden ingezet. Waar er kon worden gebouwd en of dat met het aanwezige hout, steen, marmer of modder gebeurde waren doorslaggevende factoren voor het uiterlijk en de omvang van een bouwwerk. Uit de wijze waarop die bebouwing op elkaar werd afgestemd en in het landschap werd verspreid waren de culturele fenomenen vanuit politieke, traditionele, religieuze én praktische overwegingen in de omgang met de mogelijkheden en onmogelijkheden van de geografische omstandigheden af te lezen.

Een dergelijke integraliteit is in onze hedendaagse complexe ruimtelijke realiteit niet meer mogelijk. Onze ruimtelijke ordening is de optelsom van talloze sectorale plannen waarbij de cultuur van het vestigen als integrerende ambitie afwezig is. De cultuur is zelf tot een sectoraal belang teruggebracht die vooral aan de ‘leuke’ en aan de ‘prettige’ kant van de ruimtelijke planvorming wordt gezien. Nieuwe musea maken de urbane ruimte aantrekkelijker, creatieve broedplaatsen maken de stad spannender, gerespecteerd erfgoed maakt de gebouwde omgeving identiteitsrijker en kunstwerken maken deze vooral interessanter. Een rol bij het voor de versterking van de identiteit van de plek weten in te zetten van het oplossen van beperkingen en problemen en het omgaan met ongewenste ontwikkelingen is niet meer voor de cultuur weggelegd.

Ook in de nieuwe Omgevingsvisies is nauwelijks sprake van cultuur. Waar cultuur wordt genoemd wordt het bijna altijd in verband gebracht met cultuurhistorie. Cultuur duikt verder vaak op rondom het landschap, oftewel die delen van de urbane omgeving die niet bebouwd zijn of worden. Voorts komen we cultuur tegen in relatie met de beleving van je stad of dorp “cultuur + winkelen versterken onder het motto ‘beleven en ontmoeten” (Omgevinsgvisie Tilburg), aan de leuke en prettige kant kortom. Terwijl juist in moeilijke tijden voor de ruimtelijke ordening een aantal kunstenaars uitstekend met de ‘lastige ruimtelijke vraagstukken’ om kunnen gaan. Zoals te zien is aan projecten die Jeanne van Heeswijk geïnitieerd heeft in de Rotterdamse Afrikaanderwijk, waar ze sleutelt aan de essentiële zelforganisatie van de wijk die een grote impact op de fysieke leefomgeving heeft. Of projecten van Sabrina Lindemann in de Haagse Binckhorst, waar ze met initiatieven rondom de productiepotentie van het gebied de Binckhorst begeleidt bij het zichzelf opnieuw uitvinden. Deze kunstenaars ontwikkelen fundamentele strategieën voor de ruimtelijke ordening van de toekomst. Ze bewijzen om te kunnen gaan met de onzekerheid die ruimtelijke ordening kenmerkt. Niet door in een snelkookpan-ontwerp-atelier alle ambities zo fraai mogelijk ruimtelijk in geruststellende ontwerpen op te lossen, maar door de tijd te nemen en diep door te dringen in de mechanismen achter de ruimtelijke vraagstukken. Juist bij het opstellen van Omgevingsvisies die moeten leiden tot een verbetering van de ‘omgevingskwaliteit’, mag dit essentiële werk van kunstenaars niet ontbreken.

Hans Venhuizen
onderzoekt het gebied van cultuur en ruimtelijke ordening, ook wel aangeduid met het begrip culturele planologie. Hij richt zich op vestigings- en planningsprocessen in de ruimtelijke ordening en neemt daarbij cultuur als vertrekpunt – hansvenhuizen.eu

Een uitgebreide versie van deze tekst verschijnt in ‘Boekman 107 over kunst en cultuur en de toekomst van de stad’, Boekmanstichting juni 2016