Veranderingen in maakbaar Nederland

november 2014 | artikel

De Omgevingswet heeft onder meer als doelstelling meer bevoegdheden over te hevelen naar decentrale overheden en meer verantwoordelijkheden over te laten aan de markt of bewoners. Hierdoor ontstaat een hele nieuwe situatie. Planning en ontwerp waren altijd diepgeworteld in de Nederlandse politiek, en zijn ingezet als middel om moderniteit, welvaart, kennis en toegang tot de economie zo gelijkmatig mogelijk over Nederland te verspreiden. De onderzoekers van Atelier ZZ vroegen zich af wat de effecten hiervan zijn op de leefomgeving en tot welke veranderingen dit leidt in maakbaar Nederland?

Decentralisatie en participatie
Ruim een halve eeuw na gerichtheid op centralisatie en egaal gedistribueerde planning verschuift het Rijk langzaam maar zeker haar beleid naar participatie en decentralisatie. Voorzichtig geïntroduceerd vanaf eind jaren ’80, wordt dit nu steeds zichtbaarder in steeds meer (sub-)domeinen.
Participatie gaat over de mate waarin de overheid zich terugtrekt uit het leven van haar burgers, terwijl decentralisatie de verantwoordelijken, bevoegdheden en uitvoeringstaken van decentrale overheden vergroot. De overheidsbemoeienis in Nederland was traditioneel groot bij de volkshuisvesting, het maatschappelijk vastgoed en het landschap. Deze drie sectoren zijn diep verankerd in het beleid, in de wet, in het institutionele landschap en dus ook in de nieuwe Omgevingswet.

Het probleem
Welke zorg draagt welke overheid in de toekomst met betrekking tot deze drie thema’s van de ruimtelijke ordening? Hier komt bij dat ook andere vraagstukken van grote invloed zijn op de ruimtelijke ontwikkeling. Zo is bevolkingsgroei niet meer vanzelfsprekend. De demografische veranderingen zijn van invloed op de ruimtelijke organisatie en zullen overal in Nederland leiden tot grote ruimtelijke verschillen.

Beslissen, betalen en organiseren
Het probleem van Nederland, en zeker ook voor de inzet van ontwerp, is niet meer wat, hoeveel en waar gebouwd wordt, maar hoe we hierover gaan beslissen, hoe we dit gaan betalen en hoe, met wie en op welke schaal we het gaan organiseren. Hoe kan een nieuwe balans gevonden worden in de wijze waarop besluiten worden genomen over de ruimtelijke inrichting?
Ook zullen nieuwe financiële alternatieven moeten worden gevonden. Gemeenten kunnen hun beleid niet meer baseren op te verwachten grondopbrengsten. Zij moeten zoeken naar nieuwe verdienmodellen waarbij sprake is van zowel een onderscheid tussen publieke en private middelen, als consistente investeringen in de volkshuisvesting, maatschappelijk vastgoed en landschap – en in de ruimtelijke kwaliteit daarvan.

Artikel
Het artikel Veranderingen in maakbaar Nederland is opgenomen in het rapport Ontwikkel/Ontwerpteam 2014.