Welstand uit Omgevingswet: hoe verder met de advisering over ruimtelijke kwaliteit?

10 oktober 2014 | vooraankondiging

Ruimtelijke kwaliteit wordt in Nederland al meer dan honderd jaar nauwkeurig beoordeeld in de welstandscommissies. In de Omgevingswet wordt kwaliteitsadvisering niet meer wettelijk geregeld. Gemeenten moeten zelf bepalen hoe ze ruimtelijke kwaliteit bespreekbaar maken. José van Campen en Sandra van Assen maakten een atlas van Nederlandse ‘Q-teams’. Op 28 november wordt het boek gepubliceerd en vindt een debat plaats over de Q factor.

Architect Jonas Ingenohl initieerde in 1898 de eerste Nederlandse schoonheidscommissie. Hij vond overheidsbemoeienis nodig ‘om het bouwen meer in handen van bevoegden te brengen’. Bovendien zou zo’n commissie een stimulerende werking hebben op de creativiteit van de ontwerpers. In de jaren daarna werden in vrijwel alle gemeenten welstandscommissies ingesteld die advies uitbrachten aan het college van B&W over het uiterlijk aanzien van bouwwerken. In 1965 werd deze gegroeide praktijk vastgelegd in de Woningwet: het welstandsadvies werd verplicht bij alle bouwvergunningen. Naast welstandscommissies ontstonden in de jaren 90 ook multidisciplinaire kwaliteitsteams, die niet gebonden waren aan wettelijke voorschriften en vaak een vrijere rol speelden in planprocessen. Zij adviseerden bijvoorbeeld ook over stedenbouw, gevelreclame, waterwerken of de inpassing van een spoorweg in het landschap.

Omgevingswet
Stedenbouwkundige Sandra van Assen en planoloog José van Campen onderzochten de werking van de ruimtelijke kwaliteitsteams, ook wel Q teams genoemd. Zijn de vergaderingen openbaar, is het beoordelingskader bekend en zijn de teams onafhankelijk? Wie adviseert wie, welke vorm heeft het advies en hoe wordt de uitkomst meegedeeld?
De resultaten van het onderzoek worden gepubliceerd op het moment dat de Omgevingswet in voorbereiding is. Daarin vervallen de voorschriften voor de welstandsadvisering en wordt ruimtelijke kwaliteitsadvisering vooralsnog volledig vrij gelaten. Tegelijk wordt het initiatief meer bij particulieren gelegd en wordt de afwegingsruimte voor lokale bestuurders groter. Dit vraagt om nieuwe werkwijzen bij het stimuleren en borgen van ruimtelijke kwaliteit.

140 Q teams in Nederland
Van de 140 ruimtelijke kwaliteitsteams die er in 2012 in Nederland waren, werkten er 90 mee aan het onder zoek van Van Assen en Van Campen. Kwaliteitsteams bleken niet statisch te zijn. Er worden regelmatig nieuwe teams opgericht, er worden teams opgeheven en teams ontwikkelen zich in de tijd. Sommige teams veranderden gedurende de loop van het onderzoek. Bij welstandscommissies is er sprake van een overgangsperiode. Veel welstandscommissies verbreden zich tot kwaliteitsteam. De 90 geënquêteerde teams bleken vooral te bestaan uit deskundigen zoals architecten, stedenbouwkundigen, landschapsarchitecten, cultuurhistorici en experts op gebieden als waterhuishouding en recreatie. Maatschappelijke organisaties waren nauwelijks vertegenwoordigd en er zitten geen ‘burgerleden’ in de teams. In aanvullende gesprekken met teamleden en opdrachtgevers verkenden de onderzoekers de toekomstige rol en opgaven van kwaliteitsteams.

Debat bij Hitte in de delta
Op 28 november wordt het boek Q-FACTOR, ruimtelijke kwaliteitsteams in NL door de auteurs aangeboden aan Tjeerd Dijkstra, oud Rijksbouwmeester en grondlegger van het Nederlandse architectuurbeleid, bij de landelijke manifestatie Hitte in de delta. Onder leiding van Rients Dijkstra, Rijksadviseur Infrastructuur en Stad, vindt het debat over ‘De Q factor’ plaats met Roeland van der Schaaf (wethouder Groningen), Han Hefting (wethouder Beemster) en Hans Konst (gedeputeerde Friesland). Welke instrumenten zetten lokale bestuurders in om weloverwogen keuzes te kunnen maken? Hoe kan een bestuurder zich daarbij effectief laten adviseren door een team van deskundigen?
Klik hier voor meer informatie over het programma.

Agenda voor kwaliteitsadvisering
In het boek Q-FACTOR, ruimtelijke kwaliteitsteams in NL geven Sandra van Assen en José van Campen agendapunten voor moderne, effectieve ruimtelijke kwaliteitsadvisering. Het bevat essays van Marijke Beek en Dorien de Wit, grafieken, analyses en een atlas met overzichtelijke kaarten. Het boek is verkrijgbaar bij uitgeverij Blauwdruk voor € 17,50.

Het onderzoek werd uitgevoerd met een financiële bijdrage van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.